De Volkskrant: Femke Halsema zou vrijheid van godsdienstkritiek centraal moeten stellen

Els Geuzebroek is secretaris van het Atheïstisch Verbond.
Als de vrijheid van meningsuiting zelfs onder politici wordt geremd door angst voor religieuze woede en gevoeligheden, zouden die politici moeten beseffen dat ze juist deze vrijheid moeten beschermen tegen die religies. Tot dat gebeurt, voelt een groot deel van seculier links zich politiek ontheemd.

"Ons komt een taak toe om in het gepolariseerde debat dat  wij nu kennen de godsdienstvrijheid te verdedigen," zei Femke Halsema zaterdag tijdens de conferentie Godsdienstvrijheid of vrij van godsdienst? in de Utrechtse Jacobikerk afgelopen zaterdag. Natuurlijk komt die taak GroenLinks niet vandaag voor het eerst toe. Deze lag al minstens te wachten sinds eind jaren tachtig, toen GL-politicus Mohammed Rabbae voorstelde De Duivelsverzen van Salman Rushdie via de democratische weg te verbieden in plaats van door een fatwa die opriep tot het vermoorden van de schrijver. Sindsdien hebben zich ontelbare gelegenheden voorgedaan die de linkse partijen hadden kunnen inspireren tot het verdedigen van de godsdienstvrijheid én de godsdienstkritiek.

De oproep van Femke Halsema komt erg laat. Linkse partijen zijn inmiddels massaal verlaten, mede omdat de opvattingen van het volk over de massa-immigratie en door de islam veroorzaakte problemen die overal worden gesignaleerd werden afgedaan als populisme, onderbuikgevoelens en vreemdelingenhaat. De discussie werd taboe verklaard, en daarmee overgelaten aan anderen. Velen hebben inmiddels hun nek al uitgestoken, met allerlei vormen van demonisering als resultaat.

Godsdienstkritiek wekt emoties op

De polarisatie van het debat is niet ontstaan door de opkomst van Wilders en zijn ruwe taal. De polarisatie ontstond doordat linkse politici de discussie over godsdienst en vrijheid van meningsuiting onderdrukten vanwege de woede die dit opwekte in bepaalde religieuze kringen.
Dit blijkt zelfs uit de inleiding van Halsema's toespraak: "Laat ik er maar geen geheim van maken dat ik dit een moeilijke toespraak vind. Spreken over godsdienstvrijheid  en –kritiek is als het betreden van een smal en met prikkeldraad omzoomd pad. De gevoeligheden zijn groot – dikwijls spreek je over de diepste overtuigingen en meest persoonlijke emoties van mensen, boosheid ligt op de loer en ergernissen hopen zich snel op.

Maar boze emoties zijn in een vrije maatschappij geen reden om een discussie niet te voeren. De problemen die door religie worden veroorzaakt zijn groot, en een van de oorzaken zijn de psychische verdedigingsmechanisme die een confrontatie met de werkelijkheid belemmeren. Dat zijn ondermeer die 'gevoeligheden' waar elke criticus mee te maken krijgt. In het verleden werd vanuit het christendom met agressie en moordzucht gereageerd op iedere uiting die de dogma's aantastte. Maar dit is niet vanzelf overgegaan. Het kwam tot een einde omdat de kritiek bleef klinken, en bij een steeds groter publiek werd gehoord.

Femke Halsema lijkt kritisch over religies te willen zijn en tegelijk een schoon blazoen te willen houden. Dat zijn tegenstrijdige doelen. Wie kritisch is over religie en de fundamentele waarden ervan wil aanpakken krijgt bij voorbaat te maken met verdachtmakingen en karaktermoord. Hoe vriendelijk, beleefd en invoelend je het ook probeert, zodra je aangeeft de waarden van de islam discriminerend, gewelddadig, onderwerpend en in wetenschappelijk en historisch opzicht onjuist te vinden, word je ingedeeld in het hokje van onwetende, xenofobe, racistische, extreem-rechtse haatzaaier. Velen hebben dit genoegen tot hun verrassing al mogen smaken.

Halsema probeert dit lot misschien te ontlopen door te stellen dat religie een individueel  recht is, en dat het collectief individuen dus niet mag dwingen bepaalde regels te volgen. Maar haar stelling strekt zich tegelijk twee richtingen uit: terwijl moslims hun dochters en zusters niet mogen dwingen hoofddoeken te dragen, mag de partij van Wilders moslimvrouwen niet dwingen ongesluierd als politieagente te werken. Wilders zal dan net zulke harde kritiek ten deel vallen als de fundamentalistische familieleden die hun dochters opvoeden met seksuele onderdrukking.

Godsdienstvrijheid en de scheiding tussen kerk en staat

Dat klinkt rechtvaardig, maar wat hier verloren gaat is het uitgangspunt van scheiding tussen kerk/geloof en staat. De hoofddoek staat bijvoorbeeld voor een fundamenteel ander rechtssysteem als het westerse. Iemand die een hoofddoek wenst te dragen geeft in feite aan het westerse rechtsysteem ondergeschikt te achten aan het islamitische systeem. Zulke mensen moeten worden geweerd uit instanties die burgers wettelijke bescherming moeten bieden. Je kan onderdrukking door familieleden helemaal niet gelijkstellen aan het streven religieuze uitingen te weren uit instanties die erop moeten toezien dat de wet wordt gehandhaafd.

Ook Halsema's streven om het recht van ouders te beschermen om hun kinderen te laten vormen op de religieuze school van hun keuze weerspreekt de vrijheid van het individu. Religieuze scholen zijn juist een vorm van collectivisme dat individuen onderwerpt. Zij voeden kinderen juist op met denkbeelden die religieuze discriminatie bevorderen. Zeker islamitische scholen leren kinderen de kunstmatige traditionele rolpatronen en seksuele onderdrukking aan.

De staat zou het financieren van deze vormen van religieus onderwijs juist volledig moeten afschaffen. De staat moet zorgen voor neutraal onderwijs dat is gericht op het aanleren van een zo breed mogelijk aantal vaardigheden en zo breed mogelijke kennis, waarin kinderen hun specifieke aard en talenten leren ontdekken. Religieus onderwijs kan in het kader van de godsdienstvrijheid daarnaast worden genoten, en kan worden gefinancierd door de religieuze instellingen zelf. Dat is in wezen niet anders dan allerlei hobby's en sporten die kinderen naast het normale onderwijs beoefenen en die een rol spelen in hun algemene ontwikkeling.

Vooral vrijheid van kritiek moet worden beschermd

Als de vrijheid van meningsuiting zelfs onder politici wordt geremd door angsten voor religieuze woede en gevoeligheden, zouden die politici als eerste moeten beseffen dat juist deze vrijheid moet worden beschermd tegen de druk die vanuit de religies wordt uitgeoefend. Niet de vrijheid van godsdienst moet door de overheid extra worden ondersteund, maar de vrijheid van godsdienstkritiek.

De oproep van Femke Halsema is een teken van progressie, maar progressief in de zin van vrije kritiek in een vrij land is het nog altijd niet echt. Zolang het nog niet wordt aangedurfd om zonder voorbehouden en concessies zekere religieuze uitgangspunten verantwoordelijk te stellen voor diverse maatschappelijke problemen is het blijkbaar nog steeds niet duidelijk waar de schoen wringt. Tot die tijd voelt een groot deel van seculier links zich politiek ontheemd.